Uitverkoop in Europa

De Franse president Sarkozy was vorige week tijdens een vraaggesprek op de Franse televisie de derde grote Europese leider in korte tijd die het multiculturele project afviel. Het concept heeft gefaald, zei hij. Binnen een samenleving kunnen volgens Sarkozy verschillende gemeenschappen niet naast elkaar bestaan. “Als je je vestigt in Frankrijk, accepteer je dat je opgaat in één enkele gemeenschap, en dat is de nationale gemeenschap.” In omgekeerde richting wil Sarkozy: van de zwaar bevochten Gesellschaft terug naar de ‘natuurlijke’  Gemeinschaft.

Hij sloot zich met zijn uitspraken aan bij David Cameron en Angela Merkel. Op 5 februari noemde Cameron in een speech in München het idee van de multiculturele samenleving een ‘vergissing’. Hij hekelde de Westerse passieve tolerantie en de daarmee samenhangende waardenneutraliteit, volgens Cameron de wortel van veel van de huidige problemen in de samenleving. Daartegenover zou een “actiever, krachtig liberalisme” moeten komen te staan dat de basiswaarden van het vrije Westen actief uitdraagt. Merkel sprak haar vertwijfeling afgelopen oktober al uit. “De poging om een multiculturele samenleving op te bouwen en naast elkaar te leven, is mislukt, volkomen mislukt,” zei ze toen.

Hoezo “het is mislukt”? Dat klinkt alsof het over een afgesloten hoofdstuk gaat. We hebben het geprobeerd, maar het is niet gelukt. Het probleem is alleen dat we er midden in zitten. Dit is wellicht zelfs nog maar het begin. Globalisering is een onomkeerbaar proces en alle landen, ook rijke Westerse landen, zullen in toenemende mate moeten accepteren hoe invloeden van buitenaf de gang van zaken bepalen. Toch lijken Sarkozy c.s. te suggereren dat de maat vol is. Dat het afgelopen is met de zachtaardige (maar toch vaak indifferente) tolerantie waar het Westen om geroemd wordt, en dat er moet worden teruggegrepen naar de eigen identiteit.

Volgens Sarkozy namelijk is het immigrantenvraagstuk deels een identiteitsprobleem. “We hebben ons te veel beziggehouden met de identiteit van de immigrant en niet genoeg met de identiteit van het land dat hem opving”, is zijn stelling. Net als bij Cameron leeft bij Sarkozy de zorg dat de nationale identiteit onder de voet wordt gelopen door de cultuur van immigranten. Maar het lag juist in de aard van het land dat de immigrant opving, dat het zich niet zoveel met de eigen identiteit bezighield. Concepten als ‘natie’ en ‘volk’ waren voor een paar gelukzalige decennia van de vorige eeuw slechts  een gegeven ergens op de achtergrond, geen essentiële concepten die beschermd moesten worden tegen ‘vreemde smetten’. Door de obsessie met identificatie enigszins te laten varen, schiepen wij in het Westen de afgelopen vijftig jaar een ruimte waarin eenieder in feite z’n gang kon gaan. Corpsbal, kraker, moslim, Jood: alles leefde relatief vredig naast elkaar. De wet, gelijk voor iedereen, was daar om ieders persoonlijke ruimte veilig te stellen.

Een fundamenteel gedeelte van de identiteit van vrije Westerse democratiën is de in de publieke en politieke ruimte aanwezige openheid en tolerantie; waarden waar landen als Nederland, Duitsland en Frankrijk zich nog steeds op laten voorstaan. De ideologie van het Westen – al zullen velen ontkennen dat we hier nog met ideologie van doen hebben – schrijft deze tolerante houding voor. Maar steeds meer wordt nu duidelijk dat die houding niet meer zo vanzelfsprekend is als voorheen. Europeanen van over het hele continent voelen zich bedreigd door een aanhoudende stroom niet-Westerse migranten. De angstreflex vertaalt zich in een toevlucht tot een atavistisch aandoend identiteitsdenken, waar meer populistische politieke partijen gretig op inspelen. Zo kan de eigen culturele identiteit worden geconceptualiseerd en afgezet tegen een andere, als vijandig voorgestelde cultuur.

Maar nationale identiteit en cultuur hebben geen essentie. Ze zijn altijd in beweging. De impliciete eis van Sarkozy en Cameron dat nieuwkomers zich vanaf hun aankomst onderwerpen aan de dominante cultuur van het gastland kan zo bezien ook geen stand houden. Die cultuur wordt immers constant geïnformeerd door externe factoren, ook door migratie. Dat is al zo vanaf het moment dat mensen zich over de wereld begonnen te verspreiden. Nederland is het schoolvoorbeeld van een land dat voor zijn (culturele) ontwikkeling altijd volledig afhankelijk is geweest van migratie. Zo’n cultuur bestaat bij de gratie van invloeden van buitenaf en staat dus nooit vast.

Daar komt nog bij dat de waarden die als kenmerkend voor het vrije Westen worden gezien eigenlijk allemaal zeer jeugdig zijn. Pas rond 1789 begon men serieus met het implementeren van ideeën over vrijheid en gelijkheid. Maar in de 19e eeuw golden die nieuwe mensenrechten nog niet voor iedereen, en waren het toch vooral Europeanen die aan massale – koloniale – migratie deden. En nog is het Westen zijn koloniale streken niet kwijt, getuige bepaalde verwoede pogingen democratie over de wereld te verspreiden.

Op het continent zelf lijkt nu dus echt de kogel door de kerk. Gematigde partijen keren de multiculturele samenleving de rug toe, en overal winnen rechtse anti-immigratie partijen aan steun. Die profileren zich vrijwel allemaal als vrijheidspartijen: zij verdedigen de vrijheid tegen ondemocratische, extremistische elementen. En dat zijn vrijwel altijd moslims. Wilders zegt het, en ook Cameron zei het in zijn speech: een groeiende groep moslims maakt van de Islam een politieke ideologie die te vergelijken is met het fascisme, en dat moet met harde hand bestreden worden. Onze toekomstige vrijheid hangt ervan af.

Er zit hier natuurlijk wel een vreemde paradox. Het seculiere Westerse vrijheidsideaal moet voor een gedeelte worden opgeheven om datzelfde ideaal te verdedigen. Het sluiten van de grenzen en de oproep tot aan assimilatie grenzende integratie om de vrijheid in het Westen te kunnen waarborgen, is analoog aan Wilders’ onoverkomelijke theoretische impasse, die luidt: “De vrijheid van meningsuiting is absoluut. Daarom moeten we hen die tegen de vrijheid van meningsuiting zijn het zwijgen opleggen.” Is deze vrijheidsparadox slechts formeel? Zitten we hier met een louter taalkundig probleem dat door de werkelijkheid tot schijnprobleem wordt gedegradeerd? Of hebben we hier wel degelijk te maken met een ernstige denkfout van politici die het ook niet meer weten, en die dus maar op sentimenten uit het volk reageren?

Voorlopig zullen we met vragen opgescheept blijven zitten. Maar hoe het ook zij, het lijkt me iets te voorbarig om het multiculturele project dood te verklaren. Sterker nog, politici met zoveel invloed als Sarkozy, Cameron en Merkel zouden beter wat voorzichter kunnen zijn met het publiekelijk maken van zulke voorbarige, wellicht schadelijke bespiegelingen. Het neigt naar oorlogstaal, en het getuigt van weinig verantwoordelijkheidsbesef om in lastige tijden als deze zo onbezonnen om te springen met de gevoeligheden van een samenleving. Of moeten we het nu weer gemeenschap noemen?